oils-advices

Motorolie

  • Controleer het oliepeil nadat de motor ongeveer 5 minuten is uitgeschakeld, maar terwijl hij nog warm is. Wees extra voorzichtig om te voorkomen dat de ventilator en de hete onderdelen in de motorruimte worden aangeraakt.
  • Verwijder de vuldop niet als de motor nog steeds zeer warm is.
  • Vul motorolie bij met dezelfde eigenschappen als die van de motorolie waarmee de motor reeds is gevuld.
  • Laat de olie en het oliefilter vervangen door een erkend servicecentrum. Zij kunnen ze op de juiste wijze verwerken om negatieve gevolgen voor het milieu te voorkomen

ACCU

  • Het rijden met uw voertuig met onvoldoende accu-zuur kan leiden tot onherstelbare schade aan de accu.
  • Accu-zuur is giftig en corrosief. Vermijd contact met huid en ogen.
  • Als uw voertuig gedurende langere tijd geparkeerd moet worden onder extreem koude omstandigheden, verwijder dan de accu en bewaar deze op een warme plaats.
  • Probeer niet om de accu op te laden als de vloeistof erin bevroren is. Voordat u een accu gebruikt die bevroren is, dient u te controleren of de interne onderdelen niet beschadigd zijn en de behuizing te controleren op scheuren die tot uitlekken van elektrolyt kunnen leiden.
  • Laat de accu vervangen door een erkend servicecentrum. Zij kunnen de oude accu op de juiste wijze verwerken om negatieve gevolgen voor het milieu te voorkomen.
  • Voor een langere levensduur van de accu, dient u, als u uw auto parkeert, altijd te controleren of de portieren en de achterklep goed gesloten zijn en of de interieurverlichting uit is. Vermijd langdurig gebruik van apparaten zoals de radio of de alarmknipperlichten wanneer de motor is uitgeschakeld.
batteries_image
wiperblade_image

Ruitenwissers

  • Reinig regelmatig de wisserbladen en vervang ze minstens eens per jaar 
  • Controleer, om schade te voorkomen, of de rubberen bladen niet aan de ruit zijn vastgevroren voordat u de ruitenwissers bij zeer koude temperaturen bedient. Verwijder sneeuw van de voorruit en achterruit alvorens de ruitenwissers te bedienen.
    Laat de ruitenwissers nooit op een droge ruit werken.
  • Controleer het niveau van de ruitensproeiervloeistof in het reservoir en controleer ook of de sproeiers niet verstopt zijn.

Wielen en banden

  • Controleer elke twee weken en vóór een lange reis de bandenspanning van alle banden, inclusief het reservewiel. Controleer de spanning bij stilstaande en koude banden.
  • Een goede wegligging hangt af van de juiste bandenspanning. Een te lage bandenspanning kan leiden tot oververhitting, met het risico van ernstige schade aan de banden.

Carrosserie

  • Werk beschadigingen van de laklaag, zoals krassen en schuurplekken, onmiddellijk bij om roestvorming te voorkomen.
  • Was uw auto vaker als u hem in gebieden met een hoge mate van luchtverontreiniging gebruikt of als u vaak reist over wegen die bestrooid zijn met zout om ijsvorming te voorkomen.
  • Controleer of er zich geen water onder tapijten en matten heeft opgehoopt. Verwijder stof uit de bekleding met een zachte, vochtige borstel of een stofzuiger. Reinig de stoelen door ze af te nemen met een spons bevochtigd in een oplossing van neutraal schoonmaakmiddel en water.
bodycar_image